In podcast 13 deelt Helen Toxopeus haar rijke kennis over duurzame financiering. Ze schreef twee boeken over de verduurzaming van geldsystemen. Nu doet ze onderzoek naar financierings- en businessmodellen voor van de natuur. Gelukkig is ze positief gestemd over de initiatieven die ze tegenkomt, maar er moeten nog flink wat stappen gezet worden. Daarbij kijkt ze verder dan de traditionele vormen van investeren en focust ze juist op crowdfunding als bron voor duurzame innovatie. Want, betoogt Helen: “Als er één gebied is waar de crowd eigenlijk beter is dan een bank om te investeren, dan is het toch wel duurzame innovatie.”

Helen noemt een aantal belangrijke redenen hiervoor. Ten eerste is een typerend kenmerk van duurzame innovatie dat er risico aan verbonden zit, terwijl banken liever investeren in proposities met een laag risicoprofiel. Ten tweede zijn er vaak maar kleine financieringen nodig voor duurzame innovatie, terwijl banken zich liever richten op het uitzetten van grotere bedragen. Tot slot kan de crowd makkelijker een inschatting maken van de gewenste impact, terwijl dat in financiële modellen lang niet altijd uit te rekenen is. Dat komt ook omdat het product of project waar ze in investeren vaak dicht bij de mensen zelf staat. Maar Helen maakt wel de kanttekening dat de ‘crowd’ niet per se getraind is in het maken van financiële beslissingen. Zo lang het kleinschalig en met het hart gedaan wordt, zijn de risico’s echter te overzien.

Natuur is geen kostenpost

Toch heb je ook banken en grote investeerders nodig om echt stappen te zetten in de verduurzaming. Helen ziet de natuur dan ook niet als kostenpost, maar als oplossing voor de stedelijke duurzaamheidstransities. Daarbij is het uitgangspunt om groei van de economie en van natuurbehoud te laten samengaan. Helen is ervan overtuigd dat duurzame economische groei gedragen kan worden door stevig te investeren in de natuur. Het is immers de basis waaruit we putten en het levert veel verschillende soorten diensten op, De keerzijde van serieus investeren in de natuur is wel dat niet alle economische groei dan zomaar door kan gaan.

Groei is geen heilige graal

Dat brengt ons weer terug naar een discussie die we al in eerdere podcasts met o.a. Michel Scholte (podcast 12) en Sander Heijne (podcast 14) hebben gehad: is het bbp nog wel de manier om economische groei te meten? Ook Helen is van mening het geen goed kompas is voor de economische beslissingen die we maken en dat er dus veel bredere maatstaven nodig zijn. “Anders heb je straks een hele goede pensioenpot, maar dan woon je op een instabiele en hete aarde, waarvan je je dan kan afvragen of je daar nou zo blij mee moet zijn.” Bovendien meent Helen dat groei niet beschouwd moet worden als de heilige graal: we moeten bedenken wat we willen laten groeien en dat betekent dat er andere dingen moeten krimpen. Als je de kwaliteit van de lucht van Nederland wil laten groeien, dan moet je waarschijnlijk de veeteelt krimpen. Dat klinkt heel zwart-wit, maar het gaat er volgens Helen om hoe je ervoor zorgt dat je de economie zó organiseert dat je de producten en de diensten die je economie levert aan mensen, dat die het leven beter maken.

Samen werken = samen investeren

Is natuur dan hét investeringsobject van de toekomst? Helen kan zich daar wel in vinden. De uitdaging zit alleen in het meerekenen van de waarde van natuur in een businesscase. De baten van investeringen vallen bij allerlei verschillende actoren, terwijl elke actor een budget heeft voor een bepaalde doelstelling. Die kun je volgens Helen alleen oplossen door samen te werken en dus ook samen te investeren. Neem bijvoorbeeld het groendak. De aanleg van een laagje sedum op je dak is duur, maar dat kan je dus heel goed opsplitsen in verschillende actoren die daar een stukje van betalen. De gemeente verstrekt subsidie, omdat het watermanagementdiensten levert. Een gebouweneigenaar betaalt een stukje, omdat het groendak mooi is om op uit te kijken. NGO’s vergoeden het stukje dat bijdraagt aan de biodiversiteit en de verzekeraar betaalt mee omdat het de kans op waterschade verkleint. En zo moeten we volgens Helen nadenken over investeren in natuur: combinaties maken van partijen die er allemaal baat bij hebben dat er iets gebeurt, omdat die baten naar hen terugvloeien.

Samen kan het sneller

Het goede nieuws is dus dat er echt wel beweging zit in het investeren in de natuur. En ook in het meetbaar maken van biodiversiteit, zodat dit ook opgenomen kan worden in harde doelstellingen. Maar het moet volgens Helen wel sneller als je ziet hoe snel de natuur sterft. Gelukkig zijn er al veel bemoedigende initiatieven. Helen sluit dan ook optimistisch af: “Als allemaal mensen uit verschillende plekken hier samen mee aan de slag gaan, dan kunnen dingen opeens heel snel gaan. Van banken, tot biologische boeren; iedereen moet meedoen. Ik hoop echt dat we wat dat betreft ook van deze hele pandemie hebben geleerd dat als we alle handen ineenslaan en het echt een prioriteit maken, dat we hier heel snel in kunnen bewegen.”

Op de hoogte blijven van onze projecten?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief