Skip links

Björn Vennema over de toekomst van impact investing

Ruim een jaar nadat we op 2 oktober 2018 tijdens het ImpactFest Social Finance NL lanceerden, stond ik onlangs op het ImpactFest 2019. Daar was duidelijk te zien dat we niet alleen bij SFNL een enorme groei hebben doorgemaakt, maar dat ook de gemeente Den Haag veel energie heeft gestopt in het zogeheten ImpactCity. Het was drukker dan ooit met Impact Startups en aanverwanten die inspirerende ideeën deelden en nieuwe samenwerkingen smeedden. Doordat de dagen erna ook de jaarlijkse conferentie van de European Venture Philantropy Association’s (EVPA) plaatsvond, waren er direct al vele investeerders aanwezig. Tijdens de daaropvolgende dagen mocht ik in twee sessies spreken, maar ontmoette ik ook vele partners, vrienden en nieuwe mensen in het veld van sociaal ondernemerschap en impact investing. We spraken veel over impact investing anno nu, maar vooral ook wat het betekent voor de toekomst. Ik hield er drie lessen aan over:

  1. De nieuwe generatie moet het gaan doen; laten we ze dan ook de leiding geven
    Filantropie, maar ook impact investeren is toch vaak een veld dat ontstaat van vermogenden, die al carrière gemaakt hebben. Het is vaak ook nog moeilijk voor veel jongeren om de sector in te komen. Salarisperspectieven zijn vaak lager en het is een beginnende sector met op het oog (wat mij betreft onterecht) minder doorgroeimogelijkheden. Ik herinner me nog goed de gesprekken enkele jaren geleden met collega’s bij Social Finance UK waarbij de conclusie dat wanneer er een vacature in dit veld is voor iemand met 5 jaar ervaring, en er solliciteert iemand met 5 jaar consultancy ervaring, iemand die 5 jaar (investment) bankier is geweest en iemand die al 5 jaar in deze sector werkt, te vaak de bankier en consultant hoger gewaardeerd worden. Dat is niet alleen volledig onterecht, maar ook nog eens een enorm probleem voor het aantrekken van toptalent in de sector. Het gevolg is dat in de beginjaren de jongeren in de sector vaak de mensen waren die het zich financieel konden permitteren om deze ‘offers’ te maken, de elite. Daarom werd ik enorm enthousiast dat de EVPA een sessie organiseerde waar ik aan mocht deelnemen over de volgende generatie van ons werkveld. Het was inspirerend om van vier andere jonge ondernemers te horen en te leren hoe zij niet alleen kansen voor zichzelf pakten, maar die ook voor anderen creëren met hun sociaal ondernemingen. En niet alleen voor de nieuwe generatie, maar ook voor minderheden, en voor meer vrouwelijke ondernemers. Want onze generatie kijkt veel verder dan vandaag en het is voor ons vaak vanzelfsprekend dat voor dat soort onderwerpen aandacht nodig is, we weten niet beter. En ook daarom is het cruciaal dat de volgende generaties meer kansen en ruimte krijgen om de lijnen uit te zetten. Anders komen we echt niet verder.
  1. We gaan impact opschalen, niet ondernemingen of investeringen
    Nu de sector van impact investing groeit, gaan veel conferenties en gesprekken vaak over het verder opschalen van de sector. Grotere deals wordt (te) snel gelijk gesteld aan grotere impact. De EVPA gemeenschap en conferentie voelde anders. Het ging vaak niet over grotere deals, maar meer impact. Tuurlijk ook over hoe we meer mensen kunnen helpen, en dus succesvolle interventies kunnen opschalen, maar veel vaker over hoe we verder de diepte in kunnen. Meer impact, meer innovatie. Systeemverandering in plaats van opschaling.Dit sluit ook precies aan bij de tweede sessie waar ik betrokken mocht zijn over Social Impact Bonds. De sessie heette ‘SIBs: A revolution in welfare service delivery’. En als het aan mij ligt zijn we dan ook veel meer gefocust op dat tweede gedeelte van de titel en minder op de SIBs zelf. Het opschalen van Social Impact Bonds is leuk, maar het blijft slechts een middel. Tegelijkertijd kan een SIB wel een breekijzer zijn om schotten te doorbreken. Bijvoorbeeld, zoals we nu vanuit Social Finance doen op het gebied van jongvolwassenen. Maar tijdens de sessie kwamen ook tal van andere financieringsmiddelen voor die in situaties wellicht beter kunnen passen, zoals Social Bridging Finance of de Social Success Note. Die ambitie om dingen radicaal anders en beter te doen steekt er op deze conferentie bovenuit en daar kan ik alleen maar enthousiast van worden.
  1. Nederland loopt voorop, maar is nog steeds gefragmenteerd
    Wanneer de conferentie in je eigen land is, komen er natuurlijk ook meer mensen. Dus het stond vol met Nederlandse betrokkenen in het veld en dat is hoopvol. Internationaal wordt Nederland als een van de grote koplopers gezien in dit veld, en afgaande op de aantallen lijkt dat waar te zijn. Met de aanwezigheid van Hare Majesteit Koningin Máxima werd er nog net een beetje extra cachet aan gegeven. Tegelijkertijd gebeurt er ook veel apart van elkaar. De groep die aanwezig was bij de EVPA is weer net wat anders dan bij de Global Impact Investing Network (GIIN) conferentie een paar weken eerder. En het ImpactFest op dag 1 had weer een heel ander publiek dan de twee dagen daarna bij de EVPA. Hoewel de beweging dus groeit, zijn er nog belangrijke stappen te zetten om de verschillende onderdelen van het werkveld bij elkaar te brengen. Op het gebied van resultaatfinanciering hopen we daar als Social Finance zelf aan bij te dragen, maar voor het hele veld van impact investing geloof ik erin dat een National Advisory Board (NAB) for Impact Investment hierin het verschil in kan maken. En laat de laatste conferentie van dit jaar nou juist een bijeenkomst van de 23 andere NABs zijn, deze week in Buenos Aires. Hopelijk kunnen we daar leren hoe we die volgende stap ook in Nederland kunnen zetten naar een florerend impact ecosysteem.
Return to top of page